Christus

Ik bestudeer de afgelopen weken intensief de verslagen die zijn gemaakt van de Bijbellezingen van mijn geestelijk leraar Hans Korteweg.
De afgelopen jaren besprak hij stap voor stap het Johannes- Evangelie en nu doet hij hetzelfde met Marcus. Na het ‘spirituele’ evangelie van Johannes nu het ‘journalistieke’ evangelie van Marcus, twee zienswijzen op dezelfde Christusgestalte.
De invalshoeken zijn heel verschillend. In het Johannes evangelie wordt Christus nadrukkelijk geportretteerd als een figuur die namens ‘De Vader’ spreekt. Hij is daar heel nadrukkelijk de zoon van God en als hij spreekt doet hij dat ook vanuit die autoriteit: een mysticus die spreekt vanuit een fundamentele kennis waarvan wij als eenvoudige stervelingen verstoken zijn.

Het Marcus-evangelie is concreter, het legt de nadruk op de feitelijke gebeurtenissen van de rondwandeling van Jezus op aarde. Jezus is daarin een nadrukkelijk menselijke gestalte, een heel bijzonder mens die geneest en predikt op een manier  waarvan je direct snapt dat dit heel authentiek is, referentieloos de waarheid volgend en tegelijkertijd een mens die onderhevig is aan lijden en dood. Voor mij is het opnieuw lezen en bestuderen van de evangeliën een zowel fascinerende als verwarrende gebeurtenis.
De Bijbel is de taal van mijn jeugd. Het christendom is mijn traditie. Ik kom uit een gereformeerd gezin waarin het de gewoonte was  dat mijn vader twee keer per dag de Bijbel  hardop voorlas. Als kind was ik ook gefascineerd door die verhalen en het is ook mijn persoonlijke ‘mythologie’. Toen ik op 22 jarige leeftijd, nota bene direct nadat ik Openbare Geloofsbelijdenis in de gereformeerde kerk had afgelegd, me spontaan bekeerde tot het atheïsme dacht ik dat ik deze mythologie, die spirituele boodschap, ook door de toilet kon spoelen. Ik kwam er veel later achter dat dat niet kan, ook al veranderde mijn houding ten opzichte van die teksten en de erin opgeslagen boodschap. Het bleef mijn taal en het bleef me ook altijd trekken.

Het christendom is als spirituele weg niet bijzonder in de mode. Als je tegen mensen zegt dat je je aangetrokken voelt tot het boeddhisme dan wordt dat in de regel wel chique gevonden maar als je zegt dat je het christendom interessant vindt heb je ineens veel uit te leggen, dan ben je voordat je het in de gaten hebt een advocaat van kwade zaken, namelijk van de hele moralistische en gewelddadige geschiedenis van het christendom. En dat is inderdaad een onderdrukkend politiek-dogmatisch systeem, als je dat wilt verdedigen moet je steviger in je schoenen staan dan is aan te bevelen.De evangeliën en de leringen van Jezus hebben echter weinig te maken met alles wat er later in het christendom aan vastgeplakt is, althans in de hoofdstroom van het christendom. Zoals in  alle godsdiensten was er namelijk ook altijd een verborgen zijtoneel van mystici die het waagden zich op de kern van het christendom te richten. Dat bleek in de praktijk bloedlink en de brandstapel was nooit ver weg. De kern van de christelijke spiritualiteit werd in het christendom altijd als levensgevaarlijke ketterij gezien die met wortel en tak diende te worden uitgeroeid.

Naar mijn besef is de verwording en ontsporing van het oorspronkelijke boodschap van Christus al begonnen met Paulus die de verzoeningsleer introduceerde, het idee dat door de kruisdood van Christus de verzoening is gerealiseerd tussen God en de zondige mensheid. Ik vind dat een merkwaardig, en door de nadruk op de zondigheid van de mens ook een kwalijk, idee en volgens mij is die betekenis aan de kruisdood ook nooit door Christus zelf gegeven.

In mijn weerzin tegen het politiek-dogmatische systeem verliet ik indertijd de kerk om er niet meer terug te keren. Tegelijkertijd bleef ik altijd gefascineerd door de Christusfiguur en bleven die Bijbelteksten altijd in mijn systeem zingen. Er was dus ook altijd een kracht om het spoor terug te vinden en achteraf kan ik zien dat ik dat deed via de psychologie. Ik was een groot bewonderaar van Sigmund Freud, ik denk vooral omdat hij als ‘goddeloze Jood’ met zijn idee van het onderbewuste toch een perspectief op het spirituele geheim leek te bieden. Vooral via Jung kwam er gaandeweg meer ruimte in mijn rationalistische wereldbeeld en voor mij was het ITIP (een levensschool die indertijd door Hans Korteweg c.s. is opgericht) eigenlijk het begin van een nieuw religieus pad

Dat pad verliep eerst via de oosterse godsdiensten, het taoïsme en het Boeddhisme. Er ontwikkelde zich gaandeweg een nieuwe, ruimere godsvoorstelling. Die voorstelling laat zich misschien het beste samenvatten in de eerste regel van de Tao Te King: ”De Tao waarover gesproken wordt is niet de ware Tao”. Over God valt niets te zeggen en elke voorstelling schiet tekort. Met die manier van kijken ontstond ruimte en ook een soort schuldeloze vrijheid. Het grote geschenk van die ‘oosterse’ manier van kijken naar God was in elk geval dat de schuld en de schaamte er afsleet. Er ontstond lichtheid, meer ruimte en plezier maar tegelijkertijd ook een soort afstandelijkheid en vrijblijvendheid.

Een jaar of wat geleden kwam Christus bij me weer helemaal in beeld toen ik (via Henri Nouwen)  een tekst uit de evangeliën onder ogen kreeg waarin wordt beschreven hoe bij de doop van Jezus door Johannes een stem uit de hemel zegt ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’  Die tekst was een soort lichtflits: ik ben Gods beminde en Hij wil in mij wonen! Dat is een welhaast lichamelijke uitnodiging, een intimiteit die mij op een totaal ander been zette. Later vind ik die gedachte ook heel sterk terug bij Meister Eckhart (niet toevallig zo’n christelijke mysticus die tot de brandstapel werd veroordeeld): het enige dat God wenst te doen is zijn zoon in jouw geboren te laten worden. Een intieme liefdesdaad vanuit de stille bron van het leven.

Wordt vervolgd.

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *