Vijfde Evangelie

Hans Korteweg heeft wel eens gezegd dat hij ‘Het Juwelenschip’ van Longchenpa beschouwt als het Vijfde Evangelie. Hoewel Longchenpa spreekt vanuit een totaal andere geestelijke traditie, de Dzogchen, vindt hij dat Longchenpa en Jezus Christus  in de kern dezelfde bevrijdingsweg schetsen.  Dat is een vermetele mededeling maar ik denk dat die wel klopt. Je zult, om de verwantschap van de beide benaderingen te ontdekken echter wel  wat spinrag en taalversluieringen moeten wegnemen.

Longchenpa (1308 – 1363) is een grote leraar in de boeddhistische Nyingma traditie en de belangrijkste woordvoerder van de Dzogchen-leer.  Het Juwelenschip is een fundamentele tekst uit deze school. Op verzoek van een leerling verwoordde Longchenpa hier de essentie van zijn leer en interessant is de vraag waar hierin de overeenkomst met de Evangeliën is te ontdekken.

In het Juwelenschip zet hij de kern van het Dzogchen-onderricht kort uiteen. De daar geboden bevrijdingsweg bestaat uit vier stappen:

  1.   Zicht:  het beseffen en doorgronden van de primaire non-dualistische     werkelijkheid;

2.   Meditatie: het werkelijk accepteren van dit inzicht en zo in het leven staan

3.   Gedrag: obstakels overwinnen door de manier waarop je je leven leidt;

4.   Resultaat: het opgeven van hoop en vrees.

Zoals alle boeddhisten besteedt ook Longchenpa veel aandacht aan de beschrijving van de primaire werkelijkheid en die omschrijft hij prachtig:
Uit het totale veld van ervaring manifesteert het niet te lokaliseren domein van de onvervalste werkelijkheid, dat van een immense uitgestrektheid is,  vrij van elk maaksel, de hoogste ordende macht van het universum dat de diepe structuur weergeeft van dat wat is. (..) Alles wat wordt ervaren en je eigen geest zijn de unieke primaire werkelijkheid.  Zij kunnen niet tot concept gemaakt worden binnen de denksystemen van oorzaak en gevolg.

Dit ‘doorgaand ervaren’ noemt hij ‘het spel van pure en totale aanwezigheid’. Die staat is het heldere licht, het zuivere feit van gewaarzijn, niet conceptueel,  altijd fris, ongerept en open. Daarnaast plaatst hij de onrustige ‘geest’ die zich daarvan losmaakt en de werkelijkheid met concepten probeert te grijpen ‘alsof ze iets zouden zijn’.  De mentale geest maakt de werkelijkheid tot object,  pure en totale aanwezigheid niet, dat is de stille grond waaruit die mentale geest oprijst. Tegen die neiging van de geest bestaat overigens geen bezwaar, het is onderdeel van het spel van doorgaand ervaren dat in de eenheid plaatsvindt.

Longchenpa presenteert hier een welhaast christelijke dynamiek van handelen en daar zit ook de verwantschap met de wijze waarop in het christendom over de christuswerking wordt gesproken. Longchenpa ziet het bestaan als een creatieve dynamiek: uit de eenheid, onze fundamentele natuur, rijzen gedachten, hartstochten, op die de mens aanzetten er naar te grijpen ‘alsof ze iets zouden zijn’.  In die identificatie raakt de mens het contact met zijn wezenlijke natuur kwijt en begint ook het lijden en de verwarring.  Longchenpa meent niet dat die dynamiek op zichzelf een probleem is, in tegendeel,  dat is juist de kern van de manier waarop het leven zich permanent creatief ontwikkelt. Hij adviseert echter datgene wat oprijst en schijnbaar in strijd is met die eenheid niet te ‘grijpen’ maar in ontspanning waar te nemen.  Als je die ontspanning realiseert kun je ontdekken dat  hetgeen oprees (en dat zijn in het boeddhistische denken altijd onwetendheid, begeerte, afkeer,  jaloersheid en trots) in werkelijkheid een verrijking en verruiming van het werkelijkheidsveld is. Door er niet aan te hechten leiden ze tot verrijking en een creatieve vormgeving van het bestaan. De centrale opdracht is dus in de eerste plaats om niets te doen,  niet in te grijpen en slechts te rusten in ontspannen gewaarzijn.

Mocht gehechtheid, afkeer, dofheid, trots of afgunst oprijzen, besef dan ten volle hun innerlijke energie. Herken hen in het allereerste moment, voordat karma zich heeft verzameld.

Kijk het volgende moment onbevangen naar deze toestand en ontspan in de aanwezigheid ervan. Dan wordt ieder van de vijf hartstochten die oprijst een pure aanwezigheid, bevrijd op zijn eigen plaats, zonder te worden uitgesloten.

De hartstocht komt op als ongerept gewaarzijn, helder, plezierig en niet bepaald door gedachten.

In deze manier van kijken is er steeds sprake van een stille ‘ongrond’,  die Longchenpa de ‘ongeboren dimensie’  en Jezus  ‘de Vader’ noemt en de opdracht aan de mens  als creatief handelend wezen vanuit die grond van Zijn vorm te geven aan het bestaan.  In het Christendom zou je dat de Weg de Waarheid en het Leven kunnen noemen. Longchenpa spoort aan vanuit het besef van Eenheid te ontspannen en Christus adviseert ons niet zorgen te maken over de dag van morgen en ons bed op te nemen en te wandelen. De mens staat  op het snijpunt van die actieve beweging en het daaraan verbonden spanningsveld.

Dit zijn hun adviezen voor meditatie:  niet de passiviteit van het meditatiekussen (hoewel je op  gezette tijden je tijd niet beter kunt besteden) maar vanuit ontspannen gewaarzijn handelen zonder hoop en vrees. En in dat handelen,  zegt Longchenpa, ‘raken wij vertrouwd met het feit dat alles wat wij accepteren of verwerpen en in dualiteit omarmen of van ons afstoten (zoals vreugde en afschuw, blijdschap en frustratie, schoonheid en lelijkheid, angst en geborgenheid, ziekte en gezondheid, vrienden en vijanden en wat dan ook) slechts één smaak heeft.

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *