Fontein

Of mensen nu mediteren of niet, en of ze nu wel of niet spiritueel dan wel religieus zijn ingesteld, iedereen kan na enige zelfbeschouwing wel ontdekken dat je in je zelfwaarneming onderscheid kunt maken tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de wereld van Zijn en de wereld van waargenomen objecten. Die objecten kunnen dan fysieke objecten betreffen in je omgeving maar zijn in dit verband ook gedachten, gevoelens en de beleving van je eigen lichaam. Op de keper beschouwd zijn al die objecten overigens gedachten,  je wordt ze namelijk via een gedachte bewust. Je kunt ook zeggen dat die buitenwereld in je bewustzijn bestaat bij gratie van de zintuigen, met de aantekening dat je het denkvermogen evenzeer als een zintuig kunt beschouwen. Als die zintuigen niet functioneren, zoals in de toestand van diepe slaap, is er ook geen besef van die buitenwereld.

Die binnenwereld is het besef van zijn dat aan gedachten en gevoelens vooraf gaat.  Dat is niet hetzelfde als zonder bewustzijn zijn, want er is wel een beleving van er te zijn.  Als alle zintuigen in de wakende toestand niet zouden functioneren (wat we ons niet kunnen voorstellen)  is dat besef er onverminderd.

Nisargadatta, de grote Advaita-leraar, noemde dat besef het ‘Ik Ben’, de onomstotelijke zekerheid dat je er bent, dat je bestaat, zonder dat zich gedachten, gevoelens of waargenomen objecten in het bewustzijn bevinden.  Die beleving van ‘Ik ben’ (het is van belang te zien dat het een soort van ervaring is) noemt Nisargadatta de deur naar de ultieme werkelijkheid. Het is als het ware een overgangsgebied tussen de denkwereld en het Zijn.  In de meditatie ervaar je een voortdurend beweging van en door dat overgangsgebied.

Nissargadatta  gebruikt in verband met  dit permanente proces in onze geest de termen sattva, rajas en tamas.  Sattva is in die zienswijze de zuivere zijnskwaliteit, de innerlijke werkelijkheid, de ruimte, de stilte, de openheid die vooraf gaat aan en ook de bron is van het lawaai en de onrust  van denken, ervaren en waarnemen.  Het is ook het element in jezelf dat stabiel, eeuwig en onveranderlijk is en de bron van alle Zijn.
Rajas is het rusteloze in onze geest dat aanzet tot denken en  actief handelen.  Daar heb je in meditatie maar ook in het dagelijkse bewustzijn voortdurend mee te maken.   Nisargadatta zegt dat alleen maar het weten dat je er bent en daarbij langere tijd stilstaan niet zo lang is uit te houden. Rajas trekt je uit die ‘verveling’ voortdurend naar allerlei boeiende activiteiten. Onze geest kan niet zo makkelijk stilzitten, hij heeft als het ware voedsel, prikkels nodig om de verveling te bedrijven en zich creatief uit te drukken. Dat kun je in de meditatie ervaren als een probleem maar dat tegelijkertijd de kern van ons creatieve bestaan.

De derde term is tamas, dat is het aspect dat de gedachtestroom vastzet in iets wat van mij is.  Rajas trekt je naar allerlei gedachten en activiteiten en tamas geeft je het idee dat je daarin de doener bent. Rajas is eigenlijk een vrije creatieve, scheppende kracht, een vrolijke beweging die in vrijheid vorm wil aannemen. Daar is geen enkele bezwaar tegen tot op het moment dat die creatieve stroom stolt in de persoonlijkheid en vanaf dat moment voelen we ons geïsoleerd, maken we ons zorgen over van alles en nog wat. Door tamas wordt het spontane creatieve proces van rajas een geïsoleerd persoonlijk verhaal met gepieker over het verleden en zorgen over de toekomst en hoop en vrees.
Philip Renard die over dit proces een schitterend boek schreef ( ‘Ik is een deur’) gebruikt een mooi beeld om dit verschijnsel te illustreren:

“Je kunt het vergelijken met een fontein in de vijver. Het ‘ik ben’-beginsel is de mond van de fontein. Daar spuit het water met grote kracht omhoog ervoor zorgend dat duizend druppels ontstaan, die samen de vorm aannemen genaamd ‘fontein’.  De mond van de fontein heeft nog nauwelijks vorm, slechts de ervaring van de stuwkracht er te zijn, de drang tot vorm.

Het advies is dan: blijf bij de mond van de fontein, vertoef daar, en geef je over aan de vormloze vibratie ervan.  Probeer op geen enkele manier iets te doen aan de stuwkracht zelf.  Welke processen zou je kunnen stoppen?  Alles gebeurt  spontaan.

Op dit moment ben je beleving op zich;  dit is opwellend, vibrerend, tot beweging aanzettend. Door bij de mond van de fontein te blijven, in aanbidding voor Dat wat alles schenkt wordt je vrijheid geschonken”.

Het bevrijdende element zit dus in de mond van de fontein, het subtiele punt van ‘Ik ben’ waar je kunt vertoeven en van waaruit je onbewogen, rustend, waarnemer kunt zijn van het scheppende proces van denken en doen. Niet het denken en het doen is het probleem, maar het vergeten wat je in de kern bent, de mond van een fontein.

SaveSave

SaveSave

SaveSave

Eén gedachte over “Fontein”

  1. Vanaf de eerste keer dat ik je verhaal over de fontein las deed het iets met me, een vaag besef dat wat je vertelt “een waarheid als een koe” is. Inmiddels heb ik het een paar keer gelezen, zelfs opgezocht wie Nisargadatta is. Hij kreeg van zijn leermeester het advies: ,,go back to the stage of pure being, where the I am is still in its purity, before it got contaminated with I am this, I am that”. Dus before “tamas” een verstorende lading geeft aan de bron met zijn vrije, creatieve kracht (“sattva” en “rajas”).
    ,,Merge in the absolute instead of reveling in your beingness” was het advies aan Nisargadatta. Na het (een paar keer) lezen van je fonteinverhaal en je andere blogs is zo’n laatste zin niet meer volledig onbegrijpelijk voor me. Denken en doen is inderdaad niet het probleem, wordt zelfs een groot feest als je de “mond van de fontein” maar blijft her-inneren.
    ​Je merkt Wim, ik waardeer je blog zeer!
    Hartelijke groet,
    Evelyn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *